...

Theo van Doesburg

Theo van Doesburg, pseudoniem van Christian Emil Marie Küpper, (Utrecht, 30 augustus 1883 – Davos, 7 maart 1931) was een Nederlands kunstenaar. Hij staat bekend als een van de belangrijkste vertegenwoordigers en propagandisten van de abstracte kunst in de 20e eeuw. Hiertoe richtte hij in 1917 het tijdschrift De Stijl op. Naast schilder was Van Doesburg ook actief als dichter (zie I.K. Bonset), romanschrijver (zie Aldo Camini), typograaf, fotograaf, interieurontwerper en architect. Van Doesburg propageerde een wereld waarin de kunsten een meer verheffende, apolitieke en onderling gelijkwaardige plaats innamen binnen het theoretische kader van de Nieuwe Beelding. Hiervoor zocht hij aansluiting bij de internationale avant-garde.

Emile Küpper was het zevende en laatste kind van de Duitse fotograaf Wilhelm Küpper (1838-1892) en zijn vrouw Henrietta Margadant. Zijn geboortehuis was Telingstraat 13 in Utrecht. Een jaar na Emiles geboorte ging het fotoatelier van zijn vader failliet en vertrok hij naar Duitsland. In september 1884 ging het resterende gezin bij de horlogemaker Theodorus Doesburg in Amsterdam wonen met wie zijn moeder op 19 juli 1893 in het huwelijk trad.

Op de lagere school was Emile een lastige leerling. Omdat hij niets anders wilde doen dan lezen, werd hij van school gestuurd. Middelbaar onderwijs of een vervolgopleiding heeft hij nooit voltooid. Wel bezocht hij korte tijd de School voor Vocale en Dramatische Kunst van Cateau Esser in Amsterdam, maar het verlangen groeide om schilder en/of schrijver te worden. Zijn eerste schilderkunstige probeersels dateren van 1899 en omstreeks 1902-1903 volgde hij enkele schilderlessen van de schilder Adri Grootens. Zijn verdere leven bleef hij autodidact. Zijn eerste werk signeerde hij met de naam van zijn stiefvader: Theo Doesburg, waar hij in 1902 het tussenvoegsel "van" aan toevoegde.

Van Doesburg legde zich naast schilderkunst en literatuur ook toe op de studie van sociologie, filosofie en ethiek. Maar ook politiek en religie hadden zijn interesse, getuige zijn lidmaatschap van de Vrijzinnig Democratische Bond en zijn toetreding tot de gereformeerde kerk. In deze zoektocht leerde hij omstreeks 1903 de eveneens autodidactische dichteres Agnita Feis kennen, aan wie hij in september 1904 een van zijn eerste gedichten opdroeg. De schilderijen uit zijn beginperiode zijn vaak bruinachtig en dik aangezet en sluiten aan bij de toen gangbare Amsterdamse School. In het begin schilderde hij vooral landschappen. Maar de landschapschilderkunst bevredigde hem steeds minder. Vanuit een humanistisch-christelijk standpunt, mogelijk beïnvloed door Van Gogh, interesseerde hij zich steeds meer voor de 'lijdende en zwoegende' mens. Om zich te bekwamen in de portretschilderkunst maakte hij talloze zelfportretten, waarbij hij zich graag als 'geestelijk werkman', met pet en werkkleding, afbeeldde. De studie naar de mens wekte echter ook de behoefte deze een spiegel voor te houden, wat resulteerde in een serie karikaturale litho's naar voorbeeld van de Franse karikaturist Honoré Daumier, die in 1910 verschenen in zijn literaire debuut, De maskers af!.

Van Doesburgs ouders keurden zijn relatie met Feis af, waardoor hij in 1907 zonder vast inkomen het ouderlijk huis verliet. Met de hulp van zijn vriend, de amateur-schilder Christian Leibbrandt, wist hij een bestaan voor zichzelf op te bouwen. In 1908 vond in de Haagsche Kunstkring zijn eerste tentoonstelling plaats en van 1908 tot 1912 verdiende hij zijn geld door het geven van tekenlessen aan Johanna Pieneman. In 1909 gingen Feis en Van Doesburg samenwonen op de Johannes Verhulststraat 33 en op 4 mei 1910 volgde hun huwelijk. Het was een huwelijk op basis van gelijkwaardigheid. Feis hield haar meisjesnaam en de taken waren duidelijk verdeeld, maar uit alles blijkt dat hun huwelijksleven ondergeschikt was aan hun beider geestelijke ontplooiing.

Van Van Doesburg bestaan veel (zelf)portretten. In 1924 nam Lucia Moholy-Nagy, de vrouw van László Moholy-Nagy, een serie portretfoto's van hem, en-face (met vlinderstrikje) en en-profil samen met Nelly. In hetzelfde jaar maakte de Hongaarse Bauhaus-student Sándor Bortnyik een satirische collage op Van Doesburg, waarin hij hem 'opsluit' in zijn eigen vierkante De Stijl-constructie. In de achtergrond van deze collages zijn de betonwoningen van Pauw en Van Hardeveld in Rotterdam-Zuid te zien, die Van Doesburg in 1921 in De Stijl publiceerde. In het depot van het Instituut Collectie Nederland in Rijswijk bevindt zich ook een dodenmasker van Van Doesburg (inventarisnummer AB6039).

Enkele van onze top museum kwaliteit reprodukties van Theo van Doesburg ziet U hieronder:


De slaapkamer door Theo van Doesburg reproduktie op tegel tablau...
Courtisane (naar Eisen) Reproduktie Theo van Doesburg op canvas...
Amandelbloesem door Vincent van Gogh museum kwaliteit reproduktie op tegels...
Amandelbloesem door Vincent van Gogh museum kwaliteit reproduktie op tegels...